Milieuklachten.nl

Mest

In de periode dat de boeren hier mest uitrijden, kan ik de was niet buiten hangen en moet ik ramen en deuren dichthouden. De stank is werkelijk niet te verdragen is een veelgehoorde klacht van bewoners van het platteland. Boeren zelf denken daar vaak anders over. Voor hen hoort de geur van mest bij het leven op het platteland.

Nederland is van oudsher een agrarisch land. De groei van de agrarische productie gaat gepaard met een aantal grote milieuproblemen. Het grootste probleem is misschien wel het mestprobleem. De Nederlandse veestapel is sinds de jaren vijftig enorm toegenomen. Het aantal koeien verdubbelde en er kwamen vier keer zoveel kippen en acht keer zoveel varkens. Nu zijn er vijf miljoen koeien, veertien miljoen varkens en honderd miljoen kippen. De dieren produceren niet alleen vlees, maar ook mest. Elke kilo vlees levert maar liefst zestien kilo mest. De grote hoeveelheden hebben ervoor gezorgd dat mest veranderde van een nuttige grondstof in een milieuprobleem. Er wordt meer mest op het land gebracht dan de landbouwgewassen kunnen opnemen. Hierdoor komt nitraat uit de mest in het grondwater terecht. Dit brengt de drinkwatervoorziening in problemen. Ook spoelen nitraat en fosfaat uit naar het oppervlaktewater, waardoor de zwemwaterkwaliteit en de visstand achteruitgaan. De uitstoot van ammoniak uit mest zorgt voor verzuring en vermesting.

Een ander gevolg van de intensieve landbouw is de stankhinder. Bewoners van landelijke gebieden hebben ernstig te lijden van de stank die vrijkomt bij het uitrijden van mest en de stank afkomstig uit de stallen.

Vergunning
Een aantal boerenbedrijven heeft een vergunning nodig in het kader van de omgevingswetgeving. Maar kleinere melkveehouderijen bijvoorbeeld zijn niet vergunningplichting en vallen onder een zogenaamde Algemene Maatregel van Bestuur. Zij moeten vodoen aan een pakket algemene regels.

Stankrichtlijn
Stankoverlast ontstaat niet alleen wanneer de boer mest aan het uitrijden is. Ook het bedrijf zelf, met name de stallen, kan voor veel overlast zorgen. De bedrijven moeten voldoen aan richtlijnen. Deze bepalen bijvoorbeeld de afstand tussen de boerderij en de dichtstbijzijnde woningen.

Mestwetgeving
Om de groeiende aantasting van natuur en milieu door het mestoverschot aan banden te leggen heeft de overheid een aantal maatregelen genomen. De mestproductie mag niet meer groeien en er zijn regels gesteld voor de hoeveelheid mest die op het land mag worden gebracht.
In hun mestboekhouding moeten boeren bijhouden hoeveel mest ze produceren. Dat mag niet meer zijn dan een bepaalde hoeveelheid - het mestproductierecht - welke voor elke boer apart wordt berekend. Het aantal hectare land dat de boer bezit en het soort en aantal dieren bepalen deze hoeveelheid. Bedrijven die boven de grens zitten mogen niet uitbreiden.

Voor veel boeren levert dit problemen op. Daarom staat vooral dit deel van de mestwetgeving onder druk en wordt door boeren fel actie gevoerd. Ook de uitrijregels die gebaseerd zijn op de wet bodembescherming staan ter discussie. In de uitrijregels wordt bepaald hoeveel mest waar, wanneer en op welke manier mag worden uitgereden. Vooral dankzij deze regels is de overlast voor omwonenden verminderd.

Wanneer mag er mest worden uitgereden?
In de uitrijregels wordt onderscheid gemaakt tussen grasland en bouwland. Bij deze laatste groep voluit bouwland, maisland en niet-beteelde grond wordt ook gekeken of het gaat om een gebied dat gevoelig is voor nitraatuitspoeling. Over het algemeen gelden er op de zandgronden extra beperkingen. Voor alle grondsoorten geldt dat het uitrijden van mest op gedeeltelijk besneeuwde grond niet is toegestaan.

Emissie-arm aanwenden
In vrijwel alle gevallen moet de mest 'emissie-arm worden aangewend. Dat houdt in dat de boer de mest moet onderwerken. Er is een aantal manieren om dat te doen. Bij mestinjectie wordt de mest circa een decimeter onder het bodemoppervlak in de grond gespoten. Maar eggen of ploegen voldoet ook. Op grasland mag de mest ook op de bodem worden gebracht. Wel moet het gras eerst opzij worden gedrukt. De stroken mest mogen niet te dicht bij elkaar liggen en niet breder zijn dan vijf centimeter. Er is een aantal uitzonderingen op deze algemene regels. Zo mag vaste dierlijke mest op grasland worden opgebracht zonder dat het emissie-arm wordt aangewend. Ook bij de fruitteelt mag er onbeperkt vaste dierlijke mest worden opgebracht. Het onderwerken bij de fruitteelt zou de wortels van de bomen kunnen beschadigen. Gier (vloeibare mest) mag bij de fruitteelt niet worden uitgereden.

Wat te doen bij een overtreding?
Ziet u dat een boer de regels overtreedt, dan kunt u hem daarop wijzen. Aangezien iedere boer uitvoerig is geïnformeerd over de regels, zal hij daar ongetwijfeld van op de hoogte zijn. Heeft het gesprek met de boer geen effect dan is de plaatselijke politie de eerst aangewezen instantie om te waarschuwen. Zij kunnen proces-verbaal opmaken.

Zuiveringsslib, compost en zwarte grond
Compost en zwarte grond vallen niet onder de uitrijregels, omdat er veel minder kans is op uitspoeling naar grondwater of sloten in de buurt. Wel is er de beperking dat bij sneeuw geen compost op de grond mag worden uitgereden. Zuiveringsslib valt wel onder de uitrijregels, evenals mengsels van dierlijke mest en zuiveringssib.

 

 

 


Actuele berichten